| Dit is de webstek van de Gilliamskring, een koepel van Vlaamse
verenigingen en organisaties actief in de Voorkempen en de Antwerpse
Polderstreek.
Het uitdragen van de grote waarde van Maurits Gilliams’
literatuur en poëzie is de bijzondere meerwaarde die
de koepelwerking poogt toe te voegen aan het plaatselijke
verenigingsleven in onze regio. De deelnemende verenigingen
en organisaties bundelen geregeld de krachten om het oeuvre
van Gilliams lokaal en bovenlokaal luister bij te zetten.
Ons werkgebied beslaat ’s Gravenwezel, Schilde, Ranst,
Wommelgem, Wijnegem, Sint-Antonius, Halle-Kempen, Zoersel,
Sint-Job-in-’t-Goor, Sint-Lenaarts, Brecht, Schoten
en recent ook Brasschaat en Ekeren.
Om de lokale opvolging van het Vlaamsbewuste verenigingsleven
in onze (deel-)gemeenten te verzekeren, bloeit aan de
universiteiten ‘Jong Manifest,’ een verbond van
en voor studenten en academici met een band met de Voorkempen
en de Polder.
Contact met het bestuur van de Gilliamskring kan via info@gilliamskring.net.
|
Winter te Schilde
Het is een vlakte waar geen moeders wonen:
het sneeuwt, en blinder zwellen de moerassen.
De stilte vriest aan ’t warhout der gewassen,
langs donkre paden naar helle kerkhoven.
Maar wiegeliedren hoort men nergens ruisen
geen winteravondzangen brengen vrede.
De natte honden bassen aan hun keten;
de bruine ratten dringen in de huizen.
Daar rusten, donker-weg, de ronde broden,
het karig voedsel voor de bittre dagen.
En alles wat een mensenziel kan klagen
verkropt zij in der doden zoete namen.
|
II.
Het dorp der onverdiende nederlagen
verkleumt en kraakt met hutten zonder kindren.
- “In ’t zand der graven sluimren goede
vrienden.
Ginds lag hun woon, waar schuwe vogels slapen.”
Het waanbeeld van de wieren schuilt bevroren
in ’t avondrode ijs der heidebeken.
- “De weemoed zucht in bedden en gebeden.
Gedroomd geweervuur knalt in kale hoven.”
De stervenspijn van jaarlijks zoveel kruiden
Weegt heilig op de rust der zure weiden.
- “Straks barst de kerkhofmuur. Het kruis van
ijzer roest op de torenspits der eenzaamheid.”
|
Gilliams ' gedicht 'Winter te Schilde' is een somber gedicht.
Toch spreekt er een merkwaardige spanning uit. Na de winter
komt immers de lente. Schilde en de andere Antwerpse (fusie-)gemeenten
kenden na de jaren zeventig een stagnatie van ‘Vlaams
Bewegen.’ Onze dorpen staan nochtans door heel wat bekende
strijdende en dichtende Vlamingen geboekstaafd in de geschiedenis
van onze culturele en politieke ontvoogding.
In de jaren negentig kwam er dan een nieuwe impuls, mede
onder invloed van vernieuwende ideeën in de schoot van
de VVB. De markantste is wel de soevereiniteitsgedachte. Een aantal
nieuwe lokale afdelingen van de VVB kenden (en kennen!) heel
wat succes. Eindelijk waren er opnieuw jonge mensen om aan
de Vlaamse kar te trekken.
Meer Vlaamse zelfstandigheid als remedie dus, tegen een Belgisch
federalisme dat steeds opnieuw door oneerbare compromissen
de onderlinge solidariteit van mensen en gezinnen aantast
- ook op plaatselijk vlak. Trouweloosheid en gebrek aan consequentie
en politieke eerlijkheid werken bestuurlijke corruptie, wantrouwen
en maatschappelijk nihilisme in de hand. Dat merken wij helaas
eveneens in onze gemeenten. Dat stellen wij vast in de wisselvallige
kwaliteit van het samen-leven.
Maar het is tevens op lokaal vlak dat wij daar het beste
- met bescheiden middelen - iets tegen kunnen ondernemen.
Dat weet iedereen die in de Voorkempen en de Polderstreek,
onder de ‘rook van Antwerpen’ als het ware, bij
de inwoners het oor te luisteren legt. Vlaamse dorpen zijn
de stapstenen naar een volwaardig Vlaams vaderland, als warme
thuishaven in Europa. Onze dorpen zijn goed om in te leven,
maar moeten daarin maatgevend durven zijn voor de rest van
Vlaanderen.
|